|
Toespraak van hoofdcommissaris Bernard Welten bij de uitreiking van de Clara Meijer-Wichmann Penning, zondag 10 december in de Amstelkerk.
Geachte dames en heren.
Beste Mos, beste Nico....
De politie Amsterdam-Amstelland is trots op jullie. Ik ben trots op jullie.
Het is bijzonder eervol dat de prestigieuze Clara Meyer Wichmannpenning dit jaar aan twee van onze collega’s is toegekend.
In het juryrapport – Rudolf de Jong verwees er al naar - staat dat Mos Florie en Nico Sukel de prijs krijgen vanwege hun bijzondere inzet bij de bestrijding van de mensenhandel, in het bijzonder de vrouwenhandel.
Zij hebben zich ervoor ingezet om de opsporing van strafbare feiten op de Amsterdamse Wallen beter en anders gestalte te geven.
Ik vind dat zij op die manier hebben laten zien wat een goede politieman is.
Ze hebben getoond Waakzaam en Dienstbaar te zijn - het motto van de Nederlandse politie. Ze hebben invulling gegeven aan onze kernwaarden Professioneel, Integer en Beschaafd.
En ze hebben zich actief en initiatiefrijk getoond – en ook dat vind ik een kenmerk van een goede politieman.
Maar Mos en Nico, laat ik ook eerlijk zijn.
Ik vond sommige passages in het boek van Ruth Hopkins niet aangenaam.
Er zijn uitspraken over de leiding van de Amsterdamse politie gedaan die op z’n zachtst gezegd weinig vleiend waren.
Bovendien herken ik mij absoluut niet in het beeld dat van de Amsterdamse Zedenpolitie is geschetst.
Want ik ken de Zedenpolitie juist als een afdeling waar kei- en keihard wordt gewerkt en waar doeltreffend wordt opgetreden tegen vrouwenhandel en gedwongen prostitutie.
Ik ken de wereld waar we vandaag over spreken uit eigen ervaring.
Dertig jaar geleden begon ik mijn politie-carrière als stagiaire aan het bureau Warmoesstraat.
Nederland was toen een stuk overzichtelijker.
Maar ook toen al was dit deel van de stad voor een politieman een van de zwaarste en moeilijkste plekken.
Sindsdien is ons land – en vooral Amsterdam – nog veel gecompliceerder geworden.
Open grenzen scheppen niet alleen voor de economie groeikansen, maar ook voor de misdaad. In onze hoofdstad dwingen Duits-Turkse criminelen nu Russische, Poolse en Slowaakse meisjes tot prostitutie.
Onze mensen op straat zien dus dag in dag uit veel onrecht om zich heen.
En inderdaad, lang niet al dat onrecht leidt tot vervolging.
Als u mij vraagt of ik me iets kan voorstellen bij de frustratie en het ongenoegen dat Mos en Nico in hun werk hebben gevoeld, dan is mijn antwoord: ja!
Maar, het is niet de schuld van de zedenpolitie.
Was het maar zo simpel.
Ik denk dat je mag zeggen dat bijna alle vrouwen in de prostitutie zich het leven hier heel anders hadden voorgesteld.
Door armoede en gebrek aan perspectieven hebben ze hun land verlaten, in de hoop op een betere toekomst.
Ze zijn naar Nederland gehaald door een jongen met een vlotte babbel, die alles keurig voor hen heeft geregeld: tot aan de inschrijving bij de Kamer van Koophandel aan toe.
Ze verdienen hun geld nu in de prostitutie, maar voor hun begrippen is het wel véél geld.
Er is, door de situatie waarin deze vrouwen moeten leven, altijd sprake van onrecht.
Daarentegen is er niet altijd sprake van strafbare feiten.
En waar wel sprake is van strafbare feiten, komt het niet altijd tot vervolging en veroordeling..
Want er zijn weinig sectoren waarin vervolging en veroordeling zo moeilijk zijn als in deze en waarin het risico dat politie of justitie onderweg struikelen zo groot is.
Je kunt dozen vol bewijzen verzamelen, maar als de vrouwen geen aangifte willen doen is de zaak vaak niet rond te krijgen.
En de harde realiteit is helaas dat ze bijna nooit aangifte doen.
Dat is frustrerend, bijzonder frustrerend zelfs.
Maar het ligt niet aan de inzet van de betrokken politiemensen.
Gelukkig is er op dit vlak veel ten goede gekeerd.
Ik noem u een aantal voorbeelden.
Prostitutie en mensenhandel zijn in Amsterdam door gemeente, OM en politie tot speerpunten benoemd, waarop in elk geval tot 2010 volop zal worden geïnvesteerd.
De gemeente is op de Wallen een stevige actie begonnen tegen criminele huiseigenaren.
De buurt zal op basis van de wet Bibob uit hun wurggreep worden gehaald.
En ook de mensenhandelaren zullen dat merken.
De minister van Justitie heeft, mede onder druk van de politie, de positie van de slachtoffers van vrouwenhandel verbeterd.
Als ze aangifte doen, mogen ze in elk geval drie jaar in ons land blijven en als het tot een veroordeling komt, volgt er een permanente verblijfsvergunning.
Ze krijgen onderdak, geneeskundige hulp, rechtsbijstand, een verzekering en een uitkering.
Daardoor hebben er dit jaar in Amsterdam al 26 vrouwen de stap gezet om aangifte te doen.
Er is een landelijk meldpunt gekomen voor mensenhandel, het Expertisecentrum Mensenhandel Mensensmokkel.
Dankzij dit meldpunt kan de politie verdachten en slachtoffers in binnen- en buitenland veel makkelijker traceren; de verdachten kunnen eerder worden opgepakt, de slachtoffers sneller hulp krijgen.
In samenwerking met andere regio’s gaat de politie Amsterdam-Amstelland nu ook de escortbranche aanpakken. De gemeente gaat voor deze sector vergunningen eisen en de politie zal er stevig op toezien.
Het netwerk waarin de politie samenwerkt met instanties als de IND, de GGD, de sociale advocatuur, het HVO/Querido, Stichting tegen Vrouwenhandel, Blinn, en bijvoorbeeld het Scharlaken Koord, functioneert prima. En die samenwerking dient inmiddels als voorbeeld voor de rest van Nederland.
Dames en heren,
Er is dus gelukkig veel dat goed gaat, dat beter gaat.
De strijd tegen vrouwenhandel krijgt een steeds hogere prioriteit, bij de minister, bij het openbaar ministerie, bij de gemeente en bij de politie.
Bij onze zedenpolitie - maar ook bij andere korpsonderdelen en bij de Nationale Recherche - lopen elke dag, zeven dagen per week, onderzoeken naar vrouwenhandel.
Van een aantal daarvan verwachten wij veel – en ik beloof u: u zult daar vanzelf over gaan horen.
We voeren de strijd al jaren, maar ik weet zeker dat er de afgelopen anderhalf jaar veel is verbeterd.
Misschien is het zelfs wel zo dat sommigen door het boek van Ruth Hopkins nog wat harder zijn gaan lopen.
Waarvan ik in elk geval overtuigd ben, is dat de werkwijze, de inzet en de onverzettelijkheid van politiemensen als Mos Florie en Nico Sukel hebben bijgedragen aan de verbetering van de situatie van vrouwen op de Wallen.
Mos, Nico, hulde daarvoor.
En van harte gefeliciteerd.
top page

|