 |
Open Brief van de Liga
voor de Rechten van de Mens en J'accuse
aan de Leden van de Tweede Kamer
De Liga voor de Rechten van de Mens, aangesloten bij de Fédération
Internationale des Droits de l'Homme, en J'accuse spreken hun ernstige
bezorgdheid uit over de aantasting van mensenrechten in Nederland
in het kader van de bestrijding en voorkoming van eventuele terroristische
aanslagen.De Liga en J'accuse stellen vast dat door de reeds genomen
alsmede voorgenomen overheidsmaatregelen en wetgeving de rechten van
de mens, zoals die zijn neergelegd in de Grondwet, in de Universele
Verklaring van de Rechten van de Mens en in tal van internationale
en Europese verdragen die rechtskracht hebben in Nederland, worden
geschonden en zullen worden geschonden.
De Liga en J'accuse wijzen op de kritische en waarschuwende geluiden
die onder meer uit staatsrechtelijke en strafrechtelijke kringen zijn
vernomen en sluiten zich daarbij aan.
De Liga en J'accuse spreken hun zorg uit over het voornemen van de
regering om de democratische rechtsstaat met ondemocratische middelen
te willen verdedigen. In het verleden is al gebleken (de gebeurtenissen
in de Weimar Republiek vormen een zorgwekkende illustratie) dat dit
een heilloze weg is die juist antidemocratische krachten in de kaart
speelt. Met de huidige voornemens wordt precies datgene bereikt hetgeen
de terroristen voor ogen staat: het ondermijnen van de rechtsorde
en het scheppen van een klimaat van angst en wantrouwen. Bovendien
is ook herhaaldelijk gebleken dat dit soort maatregelen een blijvend
karakter krijgt en niet verdwijnt als aanleiding en reden ervoor zijn
verdwenen.
De Liga en J'accuse zijn in het bijzonder bezorgd over het voornemen
van de regering om de omvang en betekenis van de AIVD te versterken.
De AIVD is een geheime dienst die zich onttrekt aan elke vorm van
democratische en openbare controle.
Alles overziende komen de Liga voor de Rechten van de Mens en J'accuse
tot de conclusie dat door toedoen van de overheid en aangewakkerd
door een deel van de media in Nederland een politiek klimaat is ontstaan
dat het terrorisme eerder verergert dan ontmoedigt.
Voor nadere precisering en onderbouwing van het hier gestelde verwijzen
de Liga en J'accuse naar het hieronder weergegeven manifest.
Het bestuur van de Liga voor de Rechten van de Mens.
Contact: Prof. Dr. Cees J. Hamelink, voorzitter, hamelink@antenna.nl
Het bestuur van J'accuse.
Contact: René Mendel, voorzitter, interakt@interakt.nl
Amsterdam, 18 maart 2005
Nederland zet de klok terug
Manifest van de Liga voor de Rechten van de Mens en J'Accuse
"... merkte Descartes op dat de Verenigde Provinciën niet
langer de rust verschaften die n odig was voor het ‘in vrijheid’
filosoferen. In plaats van te genieten van kalmte bevond hij zich
nu te midden van een ‘troupe de théologiens’ die
er op uit waren hem publiekelijk te verketteren. (…) In september
1649 (…) scheepte een gedesillusioneerde Descartes zich in
naar Zweden.” Jonathan I. Israel, De Republiek, 1477-1806, p.
652.
De Liga voor de Rechten van de Mens, aangesloten bij de Fédération
Internationale des Droits de l’Homme, en J'Accuse spreken hun
ernstige bezorgdheid uit over de aantasting van mensenrechten in Nederland
in het kader van de bestrijding en voorkoming van eventuele terroristische
aanslagen. De Liga en J'Accuse stellen vast dat door reeds genomen
en voorgenomen overheidsmaatregelen en wetgeving, de rechten van de
mens zoals die zijn neergelegd in de grondwet, in de door Nederland
ondertekende Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, alsmede
in tal van Europese verdragen die rechtskracht hebben in Nederland,
worden geschonden en zullen worden geschonden.
De Liga en J'Accuse wijzen op de kritische en waarschuwende geluiden
die o.a. vanuit staatsrechtelijke en strafrechtelijke kringen zijn
vernomen. Daarbij is concreet en vaak gedetailleerd op schendingen
en mogelijke schendingen van mensenrechten ingegaan. De Liga en J'Accuse
sluiten zich aan bij deze kritische geluiden en citeert hier één
van hen. G. Cortens, raadsheer bij de Hoge Raad, zegt over de
kabinetsplannen dat “er ingrijpend aan de structuur van het
strafproces wordt gemorreld, waarbij het hele bouwwerk gaat wankelen”
en hij spreekt van “een heel gevaarlijk pakket” (NRC Handelsblad
11 en 12.2.2005).
Naast het strafproces – met het toelaten van oncontroleerbaar
bewijsmateriaal van de AIVD en verslechterde rechtspositie van de
verdachte – valt te noemen: strafbaarstelling van apologie van
terreur en opzetten tot haat (onjuridisch vage begrippen); beroepsverboden;
verschijningsplicht op politiebureaus; vergaande bevoegdheden van
de AIVD; het vasthouden van verdachten op vermoedens tot een verdacht
netwerk te behoren; enz. Identificatieplicht kan al leiden tot discriminatie
en willekeur.
In het verleden is gebleken dat dit soort maatregelen een blijvend
karakter krijgt en niet verdwijnt wanneer aanleiding en reden ervoor
zijn verdwenen. Ernstige inbreuken op de grondrechten – inperking
van de vrijheid van demonstreren en het meevoeren van leuzen, verbod
voor ambtenaren om lid te zijn van bepaalde organisaties – werden
in de jaren dertig doorgevoerd. Aanleidingen waren: de NSB die welbewust
straatgevechten uitlokte; een werklozenoproer in de Amsterdamse Jordaan;
een muiterij op een marineschip in het toenmalige Nederlands Indië.
Zij troffen vooral antifascistische organisaties, ook als die niets
met het oproer of de muiterij van doen hadden. Deze inperkingen op
de grondrechten werden nog gehanteerd in de jaren zestig, zo ten aanzien
van vreedzame demonstraties tegen de kernbewapening in oost en west.
De Liga en J'Accuse uiten voorts haar diepe bezorgdheid over het feit
dat na de tweede november 2004 in de media en in de politiek een sfeer
is ontstaan, waarin uitingen acceptabel worden gevonden welke getuigen
van een gebrek aan respect - ja van minachting - voor de rechten van
de mens, voor het opkomen en voor het handhaven ervan. Het besef dat
mensenrechten in de eerste plaats de rechten van de ‘ander’
zijn, gaat verloren. De termen ‘hysterie’ en ‘heksenjacht’
zijn hier niet misplaatst. Inderdaad grote woorden. De Liga en J'Accuse
denken daarbij in het bijzonder aan de poging vanuit de Tweede Kamer
om een jonge Nederlandse moslim, vanwege diens uitspraak over het
kamerlid Wilders, juridisch te laten vervolgen. Dat betrof een uitspraak
voor de televisie, even onwijs als onbelangrijk, maar niet afwijkend
van de wijze waarop sommige niet-moslims zich - ook in de media -
plegen uit te drukken.
Hoewel politici voortdurend roepen dat het bij terreurdreiging om
een uiterst kleine groep gaat, helpen Kamer en regering mee
aan het scheppen van een maatschappelijk klimaat waarin moslims als
‘de anderen’ - die eerst maar eens moet bewijzen
een goede Nederlander te zijn - worden gezien. Het is goed eens na
te denken over de volgende woorden, die de schrijfster Ann H. Mulder
over ‘Het dagelijks leven’ in de tweede wereldoorlog schreef
aangaande de mentaliteit van de goede Nederlanders. “Inderdaad
leefde er bij de doorsnee bevolking een medelijden, dat – het
lijkt mij typerend – culmineerde in de vaak gemaakte opmerking
‘Joden zijn ook mensen’. Maar in dit woordje ‘ook’
was een distantie geschapen en in de misleidend milde overweging dat
Joden óók mensen zijn, kiemde een insluipend antisemitisme.”
(Onderdrukking en verzet. Nederland in oorlogstijd, IV p.656)
Het gemak waarmee gesproken wordt – met name door de minister
van integratie – over ‘autochtonen en allochtonen’,
alsof de laatst genoemde óók in Nederland wonen,
is een versluierend – en dus typisch Nederlands – taalgebruik
voor een kiemend en insluipend ‘eigen volk eerst’. De
leuze ‘eigen volk eerst’ is geen schending van bepaalde
artikelen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,
het is de ontkenning van de gedachte dat er universele mensenrechten
zijn.
In 1649 verliet de filosoof Descartes, die lang in Nederland geleefd
had, gedesillusioneerd ons land vanwege publiekelijke verkettering.
Thans verlaten moslimfamilies, die geen filosofen zijn maar hier lang
als goede burgers geleefd en gewerkt hebben en een brugfunctie vervulden
tussen de Nederlandse samenleving en de Islam, gedesillusioneerd ons
land wegens de publiekelijke verkettering van moslims.
De Liga en J'Accuse willen in het hierna volg
ende ingaan op enkele redeneringen en uitspraken, waarmee het negeren
van de rechten van de mens alsmede het aantasten van de rechtsstaat
worden goedgepraat en gerechtvaardigd.
‘We zijn en blijven een rechtsstaat en die wordt niet aangetast
door de anti-terreurmaatregelen’.
Deze uitspraak ligt in het verlengde van eveneens veel gehoorde uitspraken
als: ‘Nederland is nog altijd een democratie’, ‘We
zijn toch een rechtsstaat’. In deze gedachtegang worden democratie
en rechtsstaat gezien als een soort bezit: je hebt het of je hebt
het niet. In feite gaat het om de uitkomst van lange – en zeker
nog niet voltooide – ontwikkelingen, die met vallen en opstaan
verliepen, met stroomversnellingen en regressie. Het is zelfs niet
goed mogelijk aan te geven wanneer de democratie of de rechtsstaat
‘begon’. Werd Nederland een democratie met de grondwet
van 1848? Met het algemeen stemrecht voor mannen in 1917? Met dat
voor vrouwen in 1919? Met het statuut voor het Koninkrijk dat een
einde maakte aan koloniale verhoudingen? Of is de democratie nog lang
niet voltooid? Bij elk optreden van de overheid en van organen van
de overheid staan rechtsstaat en democratie op het spel. De strijd
voor mensenrechten en hun formulering in grondwetten, internationale
verdragen en plechtige verklaringen heeft primair tot doel de mensen
te beschermen tegen staatsraison en hen te vrijwaren voor willekeur
en onrechtvaardige behandeling door de staat en zijn organen.
‘Veiligheid gaat boven alles. Better safe than sorry’
Het laatste was bijna kamerbreed de teneur van de debatten in
de Tweede Kamer over terrorisme. Maar zegt een regering na een misdrijf
ooit sorry? Deed de Amerikaanse regering het na de elfde september
of de Spaanse na de aanslagen in Madrid? Een volksvertegenwoordiging
dient een regering ter verantwoording te roepen en eventueel naar
huis te sturen, niet om ‘sorry’ te laten zeggen wanneer
er een misdaad is begaan. En is men ooit safe, ooit veilig? Een profiel
van ‘de’ terrorist is niet te geven. Veel terroristen
handelden als eenling, zoals de moordenaar van Fortuyn en (waarschijnlijk)
Mohammed B, zoals in het verleden bij de aanslag op Hitler in 1939,
bij de Rijksdagbrand in 1933 en zoals bij aanslagen op ‘gekroonde
hoofden’ en presidenten rond 1900. Veiligheid? In landen en
omstandigheden waar werkelijk sprake is van aanslagen – Israël,
Frankrijk in de periode na de Algerijnse oorlog, Engeland in tijden
van IRA aanslagen – worden gebouwen en instellingen bewaakt.
De inbreuk op privacy van de burger is daarbij het controleren van
de inhoud van tassen bij het betreden van warenhuizen en restaurants.
In Nederland spreekt niemand daarover. Wel over beveiliging van parlementsleden
die bedreigd worden. Of die bedreiging meer is dan haatmail op computers
en websites, is staatsgeheim.
Een suggestie: geef parlementsleden, die door moslimextremisten bedreigd
worden, een ‘Khadafi-lijfwacht’ van jonge moslima’s,
die bij de politie werken en die – in burger, liefst met
hoofddoekje om - de bedreigde personen beschermen. Dat bij een aanslag
ook moslima’s gedood kunnen worden, zal fanatici misschien niet
afschrikken. Het kan wel integratie en emancipatie van moslims bevorderen
(zeker als moslimorganisaties zich achter deze suggestie plaatsen),
al was het maar vanwege de discussies die het op zal roepen.
‘Het is oorlog, het internationale terrorisme bedreigt
nu ook de Nederlandse samenleving’ .
De werkelijkheid is dat de moorden op Pim Fortuyn en op Theo van Gogh
puur Nederlandse aangelegenheden waren. Zij vormen geen bedreiging
voor Nederland als samenleving. Vreemd genoeg wordt steeds gesproken
over ‘de eerste twee politieke moorden na die op Johan de Witt
in 1672’. Is men vergeten dat er andere doden vielen? Bij de
treinkaping in Beilen door jonge Molukkers en bij een aanslag op een
schip van Greenpeace. De positie van de jonge Molukkers toen is vergelijkbaar
met die van bepaalde jonge moslims nu. Nederland reageerde nogal nuchter
op de treinkaping. En niet onverstandig.
Thans staart men zich blind op de twee ‘bekende Nederlanders’.
Drie eremoorden, kort na elkaar, vormen slechts een gemengd bericht.
Bij zinloos geweld, en moorden op leerkrachten en winkeliers zijn
de officiële reacties eerder ‘sorry’, dan een beleid
om het land ‘safe’ te maken. Toch vormt dit soort moorden
en geweld in het algemeen een grotere bedreiging voor de samenleving
dan de risico’s die ‘bekende Nederlanders’ lopen.
Een leraar kan niet afgeschermd worden van zijn leerlingen, een winkelier
niet van zijn klanten. Het geweldsprobleem is veel groter dan het
terrorismeprobleem. Er worden jaarlijks 80.000 kinderen mishandeld.
Dat zijn, zo zeggen deskundigen, evenveel potentiële geweldplegers
in de toekomst (op vijftig na, die sterven als gevolg van mishandelingen).
‘In de strijd tegen terrorisme moet alles uit de kast worden
gehaald’.
In de politieke debatten over terrorisme vallen langzamerhand drie
stromingen te onderscheiden. De eerste bepleit harde maatregelen.
De tweede keiharde maatregelen. De derde ten slotte kei en keiharde
maatregelen. Het woord ‘hard’ is niet meer weg te denken
uit het politieke discours zoals dat in de Tweede Kamer gevoerd wordt.
Is ‘hard’ effectief? Komt men niet in een spiraal van
terreur – repressie –terreur – hardere repressie
enz.?
De aanslag op Theo van Gogh mislukte op één belangrijk
punt. De dader had als martelaar willen sterven. Door oneigenlijke
zaken uit de kast te halen, zoals het belemmeren van het wer
k van kamerleden, teneinde maximaal te kunnen straffen, dreigt
men alsnog een martelaar van hem te maken. Zeker in de ogen van gelijkgezinden.
Haatmail van moslims wordt strafbaar. Maar kijkt men even hard naar
haatmail tegen moslims? Rechtsongelijkheid wekt woede. Zeker in een
samenleving die er hoog van opgeeft een rechtsstaat en een democratie
te zijn. Apologie van terreur wil men vervolgen. Maar premier Balkenende
noemde kort geleden Von Stauffenberg, die in 1944 de aanslag op Hitler
pleegde, een groot Europeaan. Krijgt hij daar straks last mee? Hoe
je het ook went of keert, die aanslag valt onder elke omschrijving
van terreur. Er zat zelfs een heus complot achter. ‘Ja, maar
dat was wel wat anders!’ zal men roepen. Maar roepen of denken
jonge moslims, die zich gediscrimineerd voelen, dat ook? Wie alles
uit de kast van de rechtsstaat haalt, loopt het risico als een olifant
door de porseleinkast van die rechtsstaat te lopen, daarbij de mensenrechten
te vertrappen en de porseleinkast leeg achter te laten.
‘Het is begrijpelijk dat de AIVD wordt versterkt in de strijd
tegen terrorisme’.
Deze uitspraak beluistert men zelfs bij scherpe critici van het antiterreur
beleid. De AIVD is een geheime dienst, onttrekt zich aan openbare
en in feite ook aan ‘vertrouwelijke’ controle. Het bestaan
en accepteren van de AIVD legitimeert schending van de rechten van
de mens. Fouten en vergissingen van geheime diensten hebben hierdoor
veel fatalere gevolgen voor de mensenrechten dan bij instellingen
die in het openbaar werken. Zonder dat zij zich kunnen verdedigen
en zelfs zonder dat zij er weet van hebben worden dossiers over personen
aangelegd, dikwijls met onjuiste informatie. Deze valse informatie
kan tegen deze mensen gebruikt worden. Er zijn voldoende gevallen
bekend waar dit het geval is geweest. Geheime diensten gaan de bevoegdheden,
die zij formeel hebben, te buiten, zoals zelfs vertrouwenscommissies,
die lang niet alles vernemen, constateren (onlangs nog t.a.v. de militaire
inlichtingendienst). Geheime diensten richten hun aandacht - en doorgaans
bij voorkeur - op kritische en oppositionele groepen en personen,
die naar maatschappelijke en politieke veranderingen streven met volkomen
legale middelen en zonder op enig moment de veiligheid van staat of
van personen in gevaar te brengen. Geheime diensten hebben altijd
de neiging om complotten te zien waar die niet bestaan en het bestaan
van een netwerk als bewijs voor een complot te zien. De diensten zelf
zijn maar al te vaak betrokken geweest in puur criminele activiteiten,
hebben daartoe aangezet en duistere zaken verdoezeld. Men bedenke
dat de hier boven reeds genoemde terreuraanslag op een schip van Greenpeace,
waarbij een Nederlander gedood werd, gepleegd werd door een geheime
dienst. Men bedenke dat onlangs een Nederlander, van medeplichtigheid
van zeer zware, onder Saddam Hoessein in Irak begane misdaden verdacht,
geruime tijd in een veilig tehuis van de AIVD kon verblijven. Geheime
diensten hebben een reëel belang bij het bestaan van personen
en groepen die zij denken in de gaten te moeten houden. Daarmee hebben
zij er belang bij de gevaren die deze groepen voor staat of maatschappij
zouden kunnen hebben, zo groot mogelijk voor te stellen. Tegenover
de uitspraak, waarmee deze alinea begon, valt de stelling te plaatsen:
de AIVD versterkt het terrorisme.
Alles overziende komen de Liga voor de Rechten van de Mens en J'Accuse
tot geen andere conclusie dan dat door toedoen van de overheid en
aangewakkerd door een deel van de media, er in Nederland een klimaat
is geschapen welke het terrorisme eerder aanwakkert dan ontmoedigt.
Een toekomstige historicus van de strijd voor mensenrechten kan de
periode in dit land vanaf de moord op Pim Fortuyn en in het bijzonder
de tijd na de tweede november 2004, beschrijven onder de titel: Nederland
zet de klok terug.
Amsterdam, 18 maart 2005.
top page

|