|
Aan:
- Alexander Pechtold, minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties;
- Johan Remkes, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- Ben Bot, minister van Buitenlandse Zaken;
- Piet Hein Donner, minister van Justitie.
c.c.
- Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de Tweede Kamer
- Vaste Commissie voor Justitie van de Tweede Kamer
- Vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken en Financiën van de Tweede Kamer
c.c.
- Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten (SIM)
- Commissie Gelijke Behandeling (CGB)
- College Bescherming Persoonsgegevens (CBP)
- Nationale Ombudsman (No)
Amsterdam, 13 juni 2006
Betreft: Nederlands Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens (NIRM)
Geachte ministers,
Op 8 september 2005 is er een gezamenlijk advies, getiteld Mensenrechten in Nederland: De Daad bij het Woord / Advies inzake de oprichting van een Nederlands Nationaal Instituut voor de Rechten van de Mens (NIRM), opgesteld door het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), de Commissie Gelijke Behandeling (CGB), de Nationale Ombudsman (No) en het Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten (SIM), aangeboden aan de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties (BVK), met afschrift aan de beide Kamers van de Staten-Generaal.
Nederland wil zich er vaak graag op laten voorstaan dat het vanouds een voortrekkersrol zou vervullen met betrekking tot de bevordering en bescherming van de rechten van de mens. Op de vraag of Nederland inderdaad zo'n voortrekkersrol in brede zin heeft vervuld envervuld, zullen we op deze plaats niet verder ingaan. Wel willen we erop wijzen dat, wanneer Nederland aangeeft zo'n voortrekkersrol te (willen blijven) vervullen, dit in ieder geval niet valt te rijmen met de afwezigheid van een Nederlands Mensenrechteninstituut dat voldoet aan de Paris Principles.
WanneerNederlandse politici en beleidsmakers zich wat betreft andere landen met recht van spreken ervoor zouden (willen) inspannen om een einde te maken aan schendingen van de rechten van de mens en de naleving van deze rechten te verbeteren - en de Liga voor de Rechten van de Mens ziet dat inderdaad ook als een belangrijke rol voor Nederlandse politici -, is van het grootste belang dat men in eigen land de naleving van de mensenrechten goed heeft geregeld en men wat dat betreft boven elke twijfel verheven is.
Het is in dat kader bevreemdend dat diverse zaken op het gebied van de mensenrechten in Nederland zelf niet echt goed geregeld zijn en dat de naleving van deze mensenrechten op meerdere vlakken niet gegarandeerd is. Wordt er in Nederland echt wel zo veel waarde gehecht aan de bescherming en bevordering van de rechten van de mens, als waarop Nederland zich in internationaal verband graag wil laten voorstaan? Wat voor rechtsgeldige argumentatie heeft Nederlandom nog steeds één van de landen te zijn waar tot op heden een Instituut voor de Rechten van de Mens ontbreekt dat voldoet aan de Paris Principles?
De Liga ziet het als (uiterst) verwonderlijk dat Nederland enerzijds lid is van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, maar dat er anderzijds bij (in ieder geval een deel van) de regering argumentaties worden gebezigd dat de instelling van een adviescollege - een van de taken van het NIRM -moeilijk zou stroken met het huidige kabinetsbeleid van deregulering en versobering van het adviesstelsel. Dit is een redenering en motivatie uit het ongerijmde. Het is bovendien Nederland onwaardig om zich bij de oprichting van een NIRM te beperken tot het uiterste minimum waartoe Nederland internationaal gehouden is. Nederland is aan zijn stand verplicht sowieso verder te gaan dan het slechts "voldoen aan de internationale kernvereisten die de VN en de Raad van Europa stellen".
De Liga steunt derhalve het advies De Daad bij het Woord inzijn pleidooi dat de instelling van een NIRM een einde moet maken aan de huidige situatie, waarin Nederland weliswaar internationaal steun betuigt aan de in richtlijnen en aanbevelingen neergelegde verplichting voor staten om een nationaal instituut in te stellen, maar zelf in gebreke blijft aan deze verplichtingen te voldoen.
Nederland is al langdurig in gebreke met het oprichten van een Nederlands Mensenrechteninstituut. Het is daarom de hoogste tijd en noodzakelijk dat een Nederlands Instituut voor de Rechten van de Mens (NIRM) wordt opgericht dat zowel qua mandaat, als structuur, als samenstelling voldoet aan de Paris Principles.
In het advies De Daad bij het Woord wordt over deze Paris Principles terecht het volgende opgemerkt:
De Paris Principles bepalen dat nationale overheden een mensenrechteninstituut moeten instellen met een zo ruim mogelijk mandaat met betrekking tot de bevordering en de bescherming van de rechten van de mens binnen de nationale rechtsorde. Dat mandaat dient alle (categorieën) mensenrechten te omvatten, mede vanwege de ondeelbaarheid en onderlinge afhankelijkheid van de rechten van de mens.
Ter uitvoering van dit mandaat dient een mensenrechteninstituut, aldus de Paris Principles, onder meer de bevoegdheid te hebben om:
- het parlement, de regering en andere verantwoordelijke organen gevraagd en ongevraagd te adviseren over zaken die raken aan de bevordering en de bescherming van de rechten van de mens;
- de harmonisatie van nationale wetgeving en praktijken met internationale mensenrechtelijke standaarden te bevorderen en verzekeren;
- de ratificatie van en de toetreding tot internationale instrumenten alsmede de implementatie daarvan te bevorderen,
- mee te werken aan en te adviseren over verdragsrapportages;
- samen te werken met de VN en VN-organisaties, regionale organisaties en instellingen in andere landen die bevoegd zijn op het terrein van de bevordering en de bescherming van de rechten van de mens;
- een bijdrage te leveren aan het opstellen van onderwijs- en onderzoeksprogramma’s op het terrein van de rechten van de mens en deel te nemen aan de uitvoering daarvan in scholen en universiteiten en in het kader van de training van beroepsgroepen; en
- te publiceren over de rechten van de mens en pogingen te ondernemen om alle vormen van discriminatie te bestrijden, in het bijzonder rassendiscriminatie, door middel van het vergroten van het publieksbewustzijn, in het bijzonder door informatie en educatie en door gebruikmaking van de media.
Een NIRM dient naar het oordeel van de Liga ter uitvoering van de hierboven genoemde taken
-een grondwettelijke basis te hebben;
- onafhankelijk te zijn (van de overheid, politieke partijen, etc.);
- zelf te kunnen beslissen over de eigen werkzaamheden;
- de bevoegdheid toe te komen om personen te horen en toegang te verkrijgen tot gegevens;
- zich rechtstreeks tot het publiek te kunnen richten via zelfgekozen media;
- contact te kunnen onderhouden met andere lichamen die zich inlaten met de bevordering en de bescherming van de rechten van de mens (waaronder de rechterlijke organisatie, ombudsmannen, bemiddelingsinstanties en soortgelijke organisaties);
- over een goede infrastructuur te beschikken, inclusief adequate financiering van overheidszijde;
- een pluralistische samenstelling te kennen, waarbij derhalve ook aan Nederlandse NGO’s, die zich actief, langdurig en met kennis van zaken bezighouden met de bevordering en naleving van de rechten van de mens in Nederland, een belangrijke plaats binnen het NIRM dient te worden toegekend.
Het is de hoogste tijd dat de Nederlandse regering nu eindelijk echt de daad bij het woord voegt en over gaat tot de instelling van een Nederlands Instituut voor de Rechten van de Mens dat qua mandaat, structuur en samenstelling voldoet aan de Paris Principles en door de overheid voldoende wordt gefinancierd om zijn belangrijke taken naar behoren te kunnen verrichten.
Het Bestuur van de Liga voor de Rechten van de Mens,
de Raad van Advies van de Liga gehoord.
Namens het bestuur
Drs. Cornelis Schavemaker, secretaris van de Liga voor de Rechten van de Mens
Arthur van Schendelstraat 227
3511 MC Utrecht,
t. 030 2332790
e. corschav@wanadoo.nl
top page

|