|
Clara Meijer Wichmann lezing 2009
Decent Work voor Migrant Domestic Workers
“Iedereen heeft het recht op werk…op rechtvaardige en goede arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden… op gelijk loon voor gelijk werk….op rechtvaardige en goede beloning die voor zichzelf en haarzijn familie een bestaan van menselijke waardigheid garandeert…en op het oprichten en lid worden van vakbonden om haarzijn belangen te beschermen.” Artikel 23 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die vandaag alweer haar 61ste verjaardag viert legt uit dat met het recht op werk, het recht op gewoon goed werk bedoeld wordt. De ILO – de internationale arbeidsorganisatie –noemt het decent work en voert er al een flink aantal jaren campagne voor. De ILO is opgericht in 1919 en werd in 1946 de eerste gespecialiseerde VN organisatie. Decent work staat centraal in het werk van de ILO: werk dat niet alleen een inkomen oplevert maar ook sociale en economische vooruitgang brengt. Werk moet een leefbaar loon opleveren en veilig en gezond werk zijn zonder aanzien des persoons. Dat laatste is niet zonder meer het geval in Nederland, vrouwen die uit een – soms – ver buitenland komen en hun brood verdienen met schoonmaken bij particulieren: Migrant Domestic Workers hebben geen goed loon, geen gelijk loon en geen goede arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden. Dat hangt deels samen met hun verblijfsstatus en deels met het feit dat het om huishoudelijke arbeid gaat.
Het ontmoedigen van illegaal verblijf en illegale arbeid scoort wereldwijd hoog op politieke agenda’s. In Nederland mogen ‘illegalen’ – mensen zonder verblijfsvergunning – niet werken en hebben geen toegang tot voorzieningen als bijstand of een ziektekostenverzekering. De regels zijn steeds strikter geworden Toch komt verblijf en arbeid zonder de vereiste papieren nog steeds veel voor. Juist door hen van voorzieningen uit te sluiten, kunnen alleen door te werken ‘illegalen’ in hun levensonderhoud voorzien. Daardoor blijven zij zich aanbieden op de arbeidsmarkt. Hun illegale status maakt ze kwetsbaar en vatbaar voor verschillende vormen van uitbuiting, zoals (zeer) lage lonen en onveilige arbeidsomstandigheden. Een bijzondere groep binnen de zonder de vereiste papieren hier wonende mensen zijn de migrant domestic workers.
Dit zijn overwegend vrouwen die, eenmaal in Nederland aangekomen, door hun werk net genoeg verdienen om zichzelf en hun familie in het buitenland te onderhouden. Ze werken zwart, dragen geen belasting af en kunnen feitelijk niet alleen geen beroep doen op de sociale zekerheid maar krijgen ook geen doorbetaalde vakantie, vakantiegeld, ziekengeld enz. Bij misbruik is het illegaal zijn een overweging om geen aangifte te doen, en door het ontbreken van toegang tot sociale voorzieningen zijn zij gedwongen om door te blijven werken tijdens ziekte of arbeidsongeschiktheid. Zij zijn steeds vaker georganiseerd via zelforganisaties, zoals RESPECT NL, en in vakbonden zoals FNV Bondgenoten. Ze vragen erkenning en respect voor hun werk. Waarom werken juist in de schoonmaak bij particulieren veel mensen zonder de vereiste verblijfsvergunning?
Er is allereerst grote vraag naar betaalbare huishoudelijke arbeid. De vraag neemt zelfs toe door o.a. de groei van het aantal tweeverdieners met kinderen en van het aantal tweeverdieners dat praktisch fulltime werkt. In het legale circuit zijn onvoldoende mensen te vinden. Dat laatste is wel geprobeerd te verhelpen door hulp in de huishouding aantrekkelijker te maken. Vreemd genoeg was de gebruikte methode het scheppen van een grijs circuit: voor huishoudelijke arbeid is een minimaal arbeidsrechtelijk regime ontworpen waardoor de lonen beperkt kunnen blijven tot het minimumloon en het risico voor belastingaangifte bij de werkster ligt. Zo kan in theorie wit gewerkt worden èn blijven de kosten laag. De praktijk is anders, zodat toch vooral “zwart” wordt schoongemaakt. En omdat er onder legaal verblijvenden te weinig aanbod is, zijn er veel schoonmaaksters zonder verblijfsvergunning.
Deze vrouwen werken feitelijk “dubbel zwart”: zonder verblijfsvergunning en zonder belastingafdracht of arbeidsrechtelijke bescherming en dat kan leiden tot dubbele onderdrukking. Wij maken ons daar druk om want “Overal op welk gebied dan ook, is de ware verhouding altijd die tussen vrije mensen” zoals de Clara Meijer-Wichmann schreef.
Hoe zit het nu met hun arbeidsrechtelijke positie?
Werksters hebben een arbeidsovereenkomst met degenen voor wie ze schoonmaken, ook al staat er niets op papier. Daarmee hebben ze in principe recht op minimumloon, recht op doorbetaling bij ziekte enz, ook de illegale werksters. Ze genieten echter niet de volledig arbeidsrechtelijke bescherming die met een arbeidsovereenkomst gepaard gaat. Voor de groep werkenden in de persoonlijke dienstverlening (waar ook tuinonderhoud, verzorging van huisdieren en kinderoppas onder valt) is de regeling dienstverlening aan huis in het leven geroepen. De werkster die minder dan vier dagen per week werkt voor een natuurlijke persoon is van een deel van het arbeidsrecht en geheel van de sociale zekerheid uitgesloten. Ze heeft wel recht op minimumloon volgens de Wet Minimumloon en minimumvakantiebijslag, maar heeft recht op slechts 6 weken ziekengeld en kan geen beroep doen op sociale zekerheid omdat de arbeidsverhouding met de werkster niet onder dienstbetrekking in de zin van de Ziektewet enz. valt. Geen arbeidsovereenkomst, maar een ‘werkstersovereenkomst’ dus.
De werkstersovereenkomst maakt vooral duidelijk dat huishoudelijke arbeid niet als volwaardig werk wordt gezien. Al dan niet expliciet is het uitgangspunt steeds dat huishoudelijk werk vooral gedaan wordt door vrouwen die een centje willen bijverdienen en niet door mensen m/v die er hun brood mee moeten verdienen.
Vrouwen die als zelfstandigen aan slag willen hebben helemaal geen sociale bescherming. In beide gevallen geldt dat alleen vrouwen met een bijzonder sterke positie zullen in staat zijn om een volwaardig loon uit te onderhandelen.
Wij – FNV Bondgenoten - vinden dat de werkstersovereenkomst uit het arbeidsrecht moet verdwijnen. Ook huishoudelijke arbeid moet volwaardige arbeid worden. Het gaat immers gewoon om schoonmaakwerk en zou gewoon onder het regime van de schoonmaak-cao gedaan moeten worden. Dus gewoon goed werk – decent work – voor alle schoonmaaksters.
En het verblijf dan?
Maar met een arbeidsovereenkomst zijn we er nog niet. Gezien de grote vraag naar arbeid is het natuurlijk raar dat deze vrouwen geen verblijfsvergunning krijgen. Immers, als er vraag is naar arbeid kunnen daarvoor verblijfsvergunningen worden verleend aan mensen die die arbeid willen en kunnen verrichten. Het Nederlandse vreemdelingenrecht is echter zo ingericht dat je vooral voor zogenoemde hoofdarbeid een verblijfsvergunning kunt krijgen: de zogenoemde kenniswerkers, waarvoor overigens een financiële – inkomens – grens geldt om duidelijk te maken dat het om kenniswerk gaat. Voor handarbeid is het een stuk moeilijker en voor schoonmaakwerk dat niet erkend wordt als “echt werk” helemaal. Daar moet een einde aan komen maar dat kan alleen als ook de arbeidsrechtelijke positie van schoonmaaksters in de particuliere huishouding verbeterd wordt. Want zonder goede arbeidsrechtelijke bescherming is er geen garantie dat schoonmaaksters krijgen waar ze recht op hebben: een echte arbeidsovereenkomst.
De precaire positie van de schoonmaaksters wordt verder nog versterkt door de plek waar ze werken: bij mensen thuis. Doordat de werkplek niet openbaar is, ze vaak alleen werken zijn allerlei vormen van ongewenst gedrag van al dan niet toevallig thuis zijnde werkgevers mogelijk. Juist domestic workers krijgen met allerlei vormen van (seksuele) intimidatie te maken.
Domestic work staat ook internationaal op de agenda. Volgend jaar juni organiseert de ILO tijdens de jaarlijkse conferentie een aparte werkgroep over domestic workers. Dat moet op den duur uitmonden in een verdrag en een aanbeveling over schoonmaken bij particulieren thuis. Onderdeel daarvan zullen zijn: arbeidsrechtelijke bescherming en speciale aandacht voor schoonmaaksters die uit een ander land afkomstig zijn. FNV Bondgenoten ondersteunt de actie voor niet alleen een aanbeveling maar ook een verdrag – dat landen bindt – dan ook volledig. Wij voeren immers campagne voor – om in ILO termen te blijven – decent work in de schoonmaaksector. En decent work, in goed Nederlands gewoon goed werk, moet ook voor domestic workers bereikbaar worden. Door de werkstersovereenkomst af te schaffen. En door de verblijfsvergunning voor schoonmaakwerk bij particulieren mits dat gebeurt onder het regime van de schoonmaak-cao mogelijk te maken.
Onze leden onder de domestic workers, zoals Lorie en anderen, werken om dat doel te bereiken. Lorie is één van onze gekozen leden van het bestuur van de schoonmakers van FNV Bondgenoten. Wij zijn trots op onze bond omdat die maar twee soorten werknemers kent: werknemers die wel en werknemers die niet lid zijn van de bond. Lorie kan daardoor leiding geven aan een groep van 130 leden in Amsterdam die met trots werken aan de doelen die wij ons gesteld hebben en die we hierboven beschreven hebben. Deze hard werkende mensen verdienen ieders steun en vanavond vragen wij jullie steun voor deze groep. En wij zijn met Lorie heel erg trots en blij dat zij deze prijs krijgt.
top page

|