|
Aan de Politieke Partijen in Nederland
Herschrijf artikel 23 in de geest van de rechten van de mens en de rechten van het kind.
Artikel 23 van de Grondwet, handelend over het onderwijs, is aan herformulering toe. De huidige formulering van dit artikel is toegesneden op de situatie van (de eerste helft van) de 20ste eeuw. Met kunst- en vliegwerk zijn de afzonderlijke bepalingen van dit artikel nog wel te hanteren voor de huidige, sterk veranderde en nog steeds sterk veranderende wereld in de 21ste eeuw. Maar beter is het om thans tot een nieuwe redactie te komen, zodanig, dat artikel 23 enerzijds volop ruimte biedt voor adequaat onderwijs en even adequate opvoeding op scholen in de loop van het nieuwe, huidige millennium en anderzijds de samenleving een uitgangspunt biedt met een integratieve uitwerking.
Bij de herformulering van artikel 23 dient rekening te worden gehouden met de rechten van de mens en de rechten van het kind. Daar zijn onder meer de volgende redenen voor aan te geven. Nederland heeft het Verdrag inzake de rechten van het Kind (1989) geratificeerd. Dit verdrag verplicht Nederland het onderwijs in te richten conform de bepalingen in dit verdrag. Ook verplicht dit verdrag bekendheid te geven aan de beginselen en bepalingen van dit verdrag aan zowel volwassenen als kinderen. Voorts zijn in 1991 de zogeheten Paris Principles aangenomen tijdens de eerste internationale workshop over “National Institutions for the Promotion and Protection of Human Rights”. Een van deze beginselen houdt in dat nationale instituten een bijdrage dienen te leveren aan het opstellen van onderwijsprogramma’s op het terrein van de rechten van de mens.
Bij genoemde redenen vermelden wij, dat in 2005 de Liga voor de Rechten van de Mens in samenwerking met de Afdeling Communicatiewetenschappen van de Universiteit van Amsterdam heeft onderzocht wat Nederlanders weten over mensenrechten. Daarbij is duidelijk geworden dat de ontwikkeling van een mensenrechtencultuur in Nederland nog veel onderwijs en vorming vraagt.
Ook vermelden wij in dit kader, dat in 2004 de Liga voor de Rechten van de Mens de jaarlijkse Clara Meijer-Wichmann Penning heeft toegekend aan de in 2005 overleden prof.dr. Andries van Dantzig, psychiater, voor diens verdiensten in de strijd tegen de veel voorkomende kindermishandeling en daarmee voor diens bijzondere bijdrage in de verdediging van de rechten van het kind. Prof. Van Dantzig bepleitte bij gelegenheid van de uitreiking van de penning – zoals hij dat ook herhaaldelijk bij vorige gelegenheden had gedaan – dat scholen wettelijk in staat worden gesteld om naast onderwijs hun opvoedende taak naar behoren te kunnen vervullen.
De herformulering van artikel 23 in de geest van de rechten van de mens en de rechten van het kind betekent ten principale dat in de toekomst het door de overheid gefinancierd onderwijs (het primaire, secundaire en tertiaire) wordt georganiseerd en gegeven op de grondslag van de erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap. Deze formulering van de grondslag voor het onderwijs is - in de officiële Nederlandse vertaling - dezelfde als die in de préambule van de Universele verklaring van de Rechten van de Mens (1948) wordt gebruikt voor de aanduiding van de grondslag voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld.
De Liga voor de Rechten van de Mens roept de politieke partijen op de herformulering van artikel 23 van de grondwet in de geest van de rechten van de mens en de rechten van het kind in hun verkiezingsprogramma voor de verkiezing van de Tweede Kamer in 2007 op te nemen.
Amsterdam, 9 juni 2006.
Het bestuur van de Liga voor de Rechten van de Mens,
de Raad van Advies gehoord,
prof.dr. Cees J. Hamelink, voorzitter, t. 020 4480460, e. hamelink@antenna.nl
drs. Cornelis Schavemaker, secretaris, t. O6 41917127, e. corschav@wanadoo.nl
Ellen Brander, penningmeester, t. 06 0652642582, e. bosman@publishnet.nl
Voor nadere informatie over de Liga voor de Rechten van de Mens, zie www.ligarechtenvandemens.nl
top page

|