
« Mensenrechten in Nederland »
Eva den Ouden
Jasper van der Munnik
Inhoudsopgave
Voorwoord
1 Inleiding
2 Onderzoeksresultaten
publieksonderzoek
3 Focusgroepen
3.1 Methode van
focusgroeponderzoek
3.2 Betekenis van mensenrechten in focusgroepen
3.3 De persoonlijke betekenis van mensenrechten
3.4 Focusgroep politie
4 Samenvatting
Voorwoord
Hoewel Nederlanders het tegenwoordig regelmatig hebben
over 'de vrijheid van meningsuiting', blijkt de kennis van mensenrechten in
Nederland laag. Amnesty International is verantwoordelijk voor de bescherming
van mensenrechten, schendingen van mensenrechten vinden meestal plaats in het
buitenland en veel mensen hebben geen flauw idee wat ze kunnen doen tegen een
schending van mensenrechten. Dit zijn enkele van de uitkomsten van een
onderzoek van de Liga voor de Rechten van de Mens, de Universiteit van
Amsterdam en de NCDO naar wat Nederlanders eigenlijk weten van mensenrechten.
In dit document vind u een uitgebreid verslag van het onderzoek. In de
inleiding wordt kort ingegaan over de aanleiding voor het onderzoek en de
methoden van het onderzoek. In hoofdstuk 2 staan de resultaten van een door IBT
Onderzoek/UvA landelijke enquete over mensenrechten. Omdat de methode van
focusgroeponderzoek niet veel bekendheid geniet wordt in hoofdstuk drie verder
ingegaan op dit onderdeel van ons onderzoek. In hoofdstuk 3.1 wordt ingegaan op
de methode van onderzoek en het algemene verloop van de door de deelnemers
gevoerde gesprekken. In hoofdstuk 3.2 worden enkele representatieve
beschrijvingen van mensenrechten gegeven zoals deelnemers van de focusgroepen
mensenrechten definiëren. Hoofdstuk 3.3 dient ertoe om te illustreren hoe
persoonlijk de betekenis van mensenrechten is. De term mensenrechten is voor de
meeste mensen een woord waaraan misstanden in de eigen sociale kring of de
wereld worden geassocieerd in plaats van een juridische term. Hoofdstuk 3.4
tenslotte is in zijn geheel gewijd aan het gesprek met politieagenten. Het
dient om te illustreren dat mensenrechten voor veel mensen ook wel iets zijn
waarmee dagelijks op een tastbare manier mee omgegaan wordt. Het biedt
bovendien een aardig kijkje in de keuken van de politie vanuit het perspectief
van mensenrechten.
1.
Inleiding
In samenwerking met de leerstoel
Internationale Communicatie (afd. Communicatiewetenschap, Universiteit van
Amsterdam) heeft de Liga voor de Rechten van de Mens een onderzoek uitgevoerd
naar wat de Nederlander nu eigenlijk van mensenrechten weet. Er vinden in
Nederland verscheidene discussies plaats over normen en waarden en de
inrichting van de multiculturele samenleving. Wat de Liga voor de Rechten van
de Mens betreft zouden de internationale mensenrechten daarin een belangrijke
rol moeten spelen. Nederland heeft immers velerlei mensenrechtenverdragen
ondertekend en geratificeerd. Deze verdragen werken door in de juridische
cultuur van Nederland, wat in het kort betekent dat ze boven de Nederlandse
grondwet staan. Hiermee spelen deze verdragen dus een belangrijke rol in de
nationale samenleving. Wat de Nederlander nu eigenlijk van mensenrechten afweet
is daarom een cruciale vraag; Weet de Nederlandse burger wat het begrip
mensenrechten inhoudt, waar deze rechten vandaan komen, waar ze zijn vastgelegd
en in hoeverre deze rechten gelden binnen de Nederlandse samenleving? Het
uitgangspunt van dit onderzoek is dat effectieve naleving en bescherming van
mensenrechten begint bij kennis over mensenrechten: kennis over de betekenis
van mensenrechten, kennis van schendingen van mensenrechten en kennis over de
mogelijkheden om schendingen van mensenrechten te bestrijden.
Om op deze en andere
vragen antwoord te kunnen geven hebben we twee elkaar aanvullende
onderzoeksmethoden gebruikt. Allereerst hebben we een reeks van focusgroepen
opgezet om zo verschillende groepen uit de Nederlandse samenleving te horen
praten over mensenrechten. Deze groepen bestonden onder andere uit ouderen,
basisschoolkinderen, allochtone vrouwen, militairen, politie en lokale
politici. In deze focusgroepen hebben discussies plaatsgevonden over wat
mensenrechten zijn, welke schendingen de deelnemers (persoonlijk of in de
sociale omgeving) meemaken en hoe mensenrechten beter beschermd kunnen worden.
Deze onderzoeksmethode heeft ons de mogelijkheid gegeven om diep in te gaan op
mensenrechten met zo min mogelijk inmenging van de onderzoeker. Hierdoor hebben
we inzicht kunnen verwerven in wat mensenrechten betekenen voor 'gewone'
mensen. Mede op basis van deze gesprekken hebben we een vragenlijst opgesteld
voor onze tweede onderzoeksmethode; een representatieve steekproef onder de
Nederlandse bevolking.
De steekproef
biedt tegenwicht aan de typische zwakte van het focusgroep onderzoek, deze is namelijk niet representatief voor de
Nederlandse bevolking. Gecombineerd bieden deze twee methoden ons de
mogelijkheid diepgaand en representatief onderzoek te doen naar wat
Nederlanders weten en vinden van mensenrechten. Het publieksonderzoek is zoals
gezegd de tweede gebruikte methode van het onderzoek. Ruim 1000 mensen zijn via
een telefonische enquête geconfronteerd met een tiental vragen over
mensenrechten. Deze vragen zijn kennisgericht, alsmede gericht op de attitude
en het gedrag van mensen ten opzichte van mensenrechten. Daarnaast is er
gevraagd naar demografische kenmerken. De uitkomsten van de enquête over
mensenrechten zijn hierop gecontroleerd om verschillen in kennis, attitude en
gedrag waar mogelijk te verklaren. De belangrijkste resultaten van het
publieksonderzoek worden hieronder besproken. Daarna zullen een aantal
interessante aspecten van het focusgroeponderzoek aan bod komen.
Om
het onderzoek naar mensenrechten te introduceren hebben we de respondenten
allereerst gevraagd of ze wel eens gehoord hebben van het begrip mensenrechten.
97.9% (n=1003) van de respondenten beantwoordt deze vraag met 'ja'. We kunnen
dus stellen dat men bekend is met het begrip mensenrechten. Voor het onderzoek
is het van belang om juist te bekijken wat men daadwerkelijk aan kennis heeft
van mensenrechten, dat wil zeggen: wat weet men van mensenrechten?
Allereerst is het
van belang om te bekijken of men gehoord heeft van de Universele Verklaring van
de Rechten van de Mens (UVRM). De term
'mensenrechten' is meer dan alleen maar een woord; met het vastleggen van de mensenrechten
in de UVRM is immers naast de morele grond voor de bescherming van fundamentele
rechten ook een aanzet gegeven voor de vorming van een bindend juridisch kader.
. Op de vraag "Heeft u wel eens gehoord van de Universele Verklaring van de
Rechten van de Mens?" antwoordt 64.7% met 'ja' (n=1003). Kennis van de UVRM
blijkt voornamelijk samen te hangen met het opleidingsniveau van de
respondenten. In eerste instantie blijkt dat mannen (69.9 %) vaker van de UVRM
gehoord hebben dan vrouwen (59.9 %). Wanneer echter wordt gecontroleerd op
opleidingsniveau blijkt er geen significant verschil te zijn tussen mannen en
vrouwen. Er bestaat dan ook een zeer sterke samenhang tussen het
opleidingsniveau van de respondenten en kennis van de UVRM. Mensen met een
universitaire opleiding (80.6%) geven twee keer zo vaak aan van de UVRM gehoord
te hebben dan mensen met een basisopleiding (40.9%). Tenslotte is er ook sprake
van een licht positieve significante samenhang tussen kennis van de UVRM en
leeftijd. Tussen de respondenten in de laagste leeftijdscategorie (16-24) en de
hoogste leeftijdscategorie (65+) bestaat een verschil van 20%. Wanneer
gecontroleerd wordt op opleidingsniveau blijkt deze samenhang echter niet
significant te zijn voor respondenten met als hoogst genoten schoolopleiding
basisschool, VMBO, Havo of VWO. Dit kan waarschijnlijk verklaard worden doordat
ouderen in de lagere opleidingscategorieën oververtegenwoordigd zijn.
Van de respondenten die gehoord hebben van de UVRM
(n=635) geeft slechts 40.2% aan te weten door wie de UVRM is opgesteld. 84.3%
van de mensen die denken te weten door wie de verklaring is opgesteld weet
inderdaad dat het de Verenigde Naties zijn geweest die de UVRM hebben
opgesteld. Uiteindelijk betekent dit dat slechts 21% van de respondenten weet
dat de UVRM is opgesteld door de V.N. Op de vraag of men denkt te weten wie de
UVRM heeft opgesteld is er een significant verschil tussen de antwoorden van
mannen en vrouwen. Van de mannen denkt 50.3% het goede antwoord te weten, van
de vrouwen 28%. Na controle op opleidingsniveau blijkt dat het verschil tussen
mannen en vrouwen alleen op VMBO, MBO en HBO-niveau significant is. Alleen
binnen het universitaire opleidingsniveau geeft de meerderheid van de vrouwen
aan te weten door wie de UVRM is
opgesteld. In deze opleidingscategorie kan ook geen significant verschil meer
gevonden worden tussen mannen en vrouwen. Het opleidingsniveau blijkt dan ook significant samen te hangen
met het antwoord op de vraag of men denkt te weten wie de UVRM heeft opgesteld.
Van degenen die denken te weten door wie de UVRM is
opgesteld geeft 84.3% het goede antwoord: de VN. Wanneer vervolgens gekeken
wordt naar de samenhang tussen het geslacht van de respondent en het antwoord
op de vraag door wie de UVRM is opgesteld blijkt er sprake te zijn van een
significante samenhang: van de mannen geeft 88.5% de VN als antwoord, bij
vrouwen is dit 75.3%. Wanneer bij deze vraag gecontroleerd wordt op opleiding
wordt er alleen nog een significante samenhang gevonden bij de respondenten met
een universitaire opleiding. Dit betekent dat universitair opgeleide mannen
vaker weten dat de VN de opsteller is van de UVRM dan vrouwen met een zelfde
opleidingsniveau. Wanneer men echter direct controleert of er samenhang is
tussen het opleidingsniveau van de respondenten en de juistheid van het
antwoord op de vraag wie de UVRM heeft opgeteld blijkt hier geen significante
samenhang te bestaan. Dit komt waarschijnlijk doordat lageropgeleiden bij het
beantwoorden van deze vraag sterk ondervertegenwoordigd zijn.
We hebben de respondenten die aangaven gehoord te hebben
van de UVRM ook gevraagd wanneer deze volgens hen was opgesteld. Maarliefst
57.8% geeft aan op deze vraag geen antwoord te kunnen geven. Mannen (50%) geven
significant vaker dan vrouwen (32.9%) aan te weten wanneer de UVRM is
opgesteld. Daarnaast blijkt er een lichte samenhang te zijn tussen het
opleidingsniveau van de respondenten en het antwoord op de vraag of men weet
wanneer de verklaring is opgesteld. Wanneer de samenhang tussen geslacht en
kennis van de UVRM gecontroleerd wordt op opleidingsniveau blijkt het verschil
tussen mannen en vrouwen alleen significant te zijn bij mensen met als hoogst
genoten opleiding Mavo.
Van de mensen die wel denken te weten wanneer de UVRM is
opgesteld weet slechts 13.1% dat de verklaring is opgesteld in 1948 (dat is
3.5% van het totaal aantal respondenten). 50.4% van de respondenten (inclusief
degenen die 1948 als antwoord gaven) noemde in het antwoord een jaartal tussen
1945 en 1950 of zei 'na WO II'. Opvallend is verder dat maarliefst 27.2% meent
dat de verklaring na 1960 is opgesteld. Deze uitkomsten kunnen verder niet
verklaard worden op basis van demografische kenmerken van de respondenten.
Mensenrechten, zoals deze zijn erkend door de Algemene Vergadering van de
Verenigde Naties, gelden voor iedereen. Deze universele geldigheid maakt de
UVRM tot een uniek document. De UVRM is naar internationaal recht een
verklaring die geen juridisch bindende werking heeft. In de loop van de jaren
heeft de tekst van de verklaring wel een sterk moreel gezag verworven. De UVRM
vertegenwoordigt eigenlijk een universele, morele consensus over internationale
waarden en normen. Daarom hebben wij de respondenten de volgende vraag
voorgelegd: "Voor wie gelden die mensenrechten volgens u?" 89.7% (n=973) van de
respondenten gaf aan dat mensenrechten voor iedereen gelden. Van de overige
respondenten gaf 58% aan dat de rechten gelden voor zwakkeren, 12% associeerde
mensenrechten met arme landen.[1]
Op basis van deze resultaten is het nuttig om te vragen waar mensen dan aan
denken bij de term mensenrechten. De antwoorden op de vraag "Als u denkt aan
mensenrechten, wat komt er dan als eerste bij u op?" staan in Tabel 1. Deze
resultaten komen overeen met onze bevindingen in de focusgroepen; niet veel
mensen kunnen een goede omschrijving geven van mensenrechten. Eerder associeert
men het met een van de morele beginselen, specifieke rechten, schendingen van
rechten en het buitenland.[2]
Respondenten die niet van de UVRM gehoord hebben geven vier keer zo vaak aan
geen antwoord te kunnen geven op deze vraag dan respondenten die wel van de
UVRM gehoord hebben. Opvallend is verder dat maarliefst 23.9% van de mensen bij
mensenrechten het eerst aan een NGO denkt. Zoals te zien is in tabel 1, spelen
NGOs een belangrijke rol in het beeld dat men heeft van mensenrechten. We
hebben onze respondenten ook gevraagd welke organisatie of instellingen ze kenden
die zich bezighouden met mensenrechten. Een overgrote meerderheid (69%) denkt
in eerste instantie aan Amnesty International. Slechts 5.4% denkt aan de
Verenigde Naties.
|
|
Frequentie |
Procent |
|
NGO Vrijheid van meningsuiting Overige rechten UVRM Morele Beginselen UVRM Buitenland Schendingen van rechten Verenigde Naties Omschrijving van mensenrechten Geen antwoord/ Weet niet Overig |
235 61 68 136 107 107 11 96 36 125 |
23.9 6.2 6.9 13.8 10.9 10.9 1.1 9.8 3.7 12.7 |
|
Totaal |
982 |
100 |
Bron: IBT Onderzoek/UvA
We hebben de respondenten ook gevraagd naar schendingen van mensenrechten.
Op de vraag "Waar denkt u aan bij schendingen van mensenrechten?" blijkt een
grote groep schendingen te associëren met het 'geweld' en 'buitenland, oorlog
en politieke situaties' (zie tabel 2). Respondenten die niet van de UVRM
gehoord hebben geven 2.5 keer zo vaak aan geen antwoord te kunnen geven op deze
vraag dan respondenten die wel van de UVRM gehoord hebben.
Tabel 2: Waar denkt u aan bij schendingen van mensenrechten?
|
|
Frequentie |
Procent |
|
Discriminatie Schending vrijheid van
meningsuiting Geweld Overige schendingen UVRM Beperking morele beginselen UVRM Buitenland/ oorlog/ politieke
situatie Onderdrukking Onrecht Geen antwoord/ Weet niet Overig |
49 72 251 101 123 175 62 45 96 8 |
5.0 7.3 25.6 10.3 12.5 17.8 6.3 4.6 9.8 0.8 |
|
Totaal |
982 |
100 |
Bron: IBT Onderzoek/UvA
Ook in de focusgroepen bleken mensenrechten en schendingen vaak
geassocieerd te worden met het buitenland. Daarom hebben we in de steekproef
ook specifiek gevraagd waaraan men dacht bij schendingen in Nederland. De
resultaten van deze vraag kunnen gevonden worden in tabel 3.
Tabel 3: Waar denkt u aan bij schendingen van mensenrechten in Nederland?
|
|
Frequentie |
Procent |
|
Geweld Problematiek van/voor buitenlanders Discriminatie Schending vrijheid van
meningsuiting Schending overige rechten UVRM Gebeurt niet/ nauwelijks in
Nederland Geen antwoord/ Weet niet Overig |
132 88 156 37 60 100 299 110 |
13.4 9.0 15.9 3.8 6.1 10.2 30.4 11.2 |
|
Totaal |
982 |
100 |
Bron: IBT Onderzoek/UvA
Het meest opvallende resultaat is dat 10.2% van mening is dat schendingen
in Nederland niet of nauwelijks plaatsvinden. Dit antwoord kan niet verklaard
worden op basis van demografische kenmerken van de respondenten of door het
antwoord op de vraag of men gehoord heeft van de UVRM. Daarnaast weet 30.4% van
de respondenten niet waar ze bij schendingen in Nederland aan moeten denken.
Van de respondenten die aangaven niet van de UVRM gehoord te hebben gaf 36% aan
geen antwoord te kunnen geven tegenover 27.4% van de respondenten die wel van de
UVRM gehoord hebben.
Wanneer men onderzoek doet naar kennis en houding omtrent
mensenrechten kan een vraag over de eigen bijdrage aan bescherming van
mensenrechten niet ontbreken. Op de vraag "Wat zou u persoonlijk kunnen doen
tegen de schending van mensenrechten?" zijn er drie reacties (zie tabel 4) die
snel in het oog springen. 29.8% van de mensen denkt als eerste aan het steunen
van een NGO om schending van mensenrechten tegen te gaan. Ook blijkt dat
maarliefst 15.9% denkt weinig of geen invloed uit te kunnen oefenen terwijl nog
eens 11.1% op deze vraag geen antwoord weet te geven.
|
|
Frequentie |
Procent |
|
Lid worden van een NGO Protesteren Politieke invloed uitoefenen Opvoeding Medemenselijkheid Zelf iets doen overig Geen/ weinig invloed Geen antwoord/ Weet niet Overig |
293 94 53 43 135 62 156 109 37 |
29.8 9.6 5.4 4.4 13.7 6.3 15.9 11.1 3.8 |
|
Totaal |
982 |
100 |
Bron: IBT Onderzoek/UvA
Wanneer mensen aangeven zelf geen of weinig invloed te hebben hangt dat
samen met de opleiding en leeftijd van de respondent. Wanneer de samenhang met
leeftijd wordt gecontroleerd op het opleidingsniveau van de respondent blijkt
echter dat er binnen de opleidingscategorieën, uitzonderend HBO, geen
significant verschil is tussen de leeftijdscategorieën. Wanneer de samenhang
tussen opleidingsniveau en het idee geen of weinig invloed te hebben wordt
gecontroleerd op leeftijd blijkt dat alleen bij jongeren (16-24 jr) en 55+ers
het opleidingsniveau significant van invloed is.
Naar aanleiding van het onderzoek kunnen we een
duidelijke conclusie trekken. De Nederlandse burger vindt het over het algemeen
moeilijk om een eenduidige formulering te geven van het begrip mensenrechten.
Wanneer gevraagd wordt waaraan men denkt bij de term mensenrechten noemen
mensen vaak een NGO, een bepaald recht of een schending hiervan. Er is maar een
kleine groep die een omschrijving geeft van mensenrechten. Er is weinig kennis
over waar de mensenrechten vandaan komen, hoe ze zijn vastgelegd, wanneer en
door wie.
Hoewel een aanzienlijk deel van de respondenten gehoord
heeft van de UVRM is er een minderheid die weet dat de UVRM is opgesteld door
de VN en in welk historisch perspectief dit geplaatst moet worden. Mannen
blijken beter op de hoogte van de UVRM dan vrouwen en er is sprake van een
negatieve samenhang tussen kennis van de UVRM en leeftijd. Hieruit volgt dat vrouwen
en ouderen in Nederland een achtergestelde positie innemen wat betreft kennis
van mensenrechten. Hier blijkt opleiding een belangrijke rol te spelen. Uit de
reacties op de vraag voor wie mensenrechten nu eigenlijk gelden blijkt dat
mensenrechten volgens het overgrote deel van de bevolking gelden voor iedereen.
Op basis van het focusgroeponderzoek kunnen we ons echter afvragen of men
persoonlijk vindt dat mensenrechten voor iedereen gelden of dat men weet dat de
universele geldigheid ook juridisch is vastgelegd.
Nederlanders denken dat schendingen van mensenrechten
vooral in het buitenland voorkomen, en associëren dit niet snel met Nederland:
bijna de helft van de bevolking denkt dat schendingen in Nederland niet of
nauwelijks plaatsvinden of weet geen schending te noemen. Wanneer er werd
gevraagd wat men persoonlijk zou kunnen doen tegen schending van mensenrechten
geeft bijna een kwart aan niets te kunnen doen tegen mensenrechtenschendingen
of niet te weten wat men kan doen.
Als we nu kijken naar wat de grootste invloed is geweest
op de resultaten, zien we dat de opleiding van de respondenten een belangrijke
rol speelt. Vooral bij de kennis over de UVRM komt dit naar voren. De
belangrijkste conclusie is dan ook dat met educatie een groot deel van de onwetendheid
van mensen opgelost kan worden. Door educatie over mensenrechten verwerft men
kennis over de betekenis van deze rechten, schendingen en de bestrijding
hiervan, wat de effectieve naleving van mensenrechten kan bevorderen.
3.
Focusgroepen
Zoals reeds naar voren is
gekomen bij de uitleg van de opzet van het onderzoek, is er naast het
publieksonderzoek een focusgroep onderzoek gedaan. Hieronder zullen een aantal
interessante aspecten van deze focusgroepen naar voren komen. Allereerst zal de
methode van het focusgroeponderzoek zelf meer uitgediept worden. Daarna zal er
worden ingegaan op een tweetal belangrijke aspecten welke in de focusgroepen
veel aan bod kwamen, dit zijn respectievelijk de betekenis die mensen geven aan
mensenrechten en daarop volgend welke persoonlijke draai zij daaraan geven. Als
laatste zal de focusgroep van de politie speciaal de aandacht krijgen.
Typerend kenmerk voor focusgroeponderzoek is dat de
onderzoeker zich zo min mogelijk bemoeit met de inhoudelijke discussie.
Tegelijkertijd heeft de onderzoeker wel degelijk een agenda: het onderwerp van
het onderzoek. Van tevoren worden door de onderzoekers enkele thema's gekozen
die, in het licht van het onderzoek, besproken moeten worden in de discussies.
Komen alle thema's vanzelf aan bod, dan hoeft de onderzoeker niet in te grijpen
in het gesprek. Dwaalt de discussie af van het oorspronkelijke onderwerp dan
kan de onderzoeker ingrijpen door een nieuw thema te introduceren. Voor ons onderzoek zijn de volgende thema's
gedefinieerd:
-
Wat zijn
mensenrechten?
-
Welke
mensenrechten kent men?
-
Is de
betekenis van deze mensenrechten bekend?
-
Wat vindt
men van deze rechten?
-
Welke
schendingen denken mensen aan?
-
Wat kan
men doen om mensenrechten te beschermen?
-
Hoe kan
kennis van mensenrechten verbeterd worden?
Alle gesprekken hebben steeds
op locatie (bijvoorbeeld een leslokaal op school of in de raadszaal van het
gemeentehuis) van de deelnemers plaatsgevonden. De groepen bestonden uit mensen
die elkaar persoonlijk dan wel professioneel kenden. Op deze manier vonden de
gesprekken steeds plaats in een omgeving die voor de deelnemers zo natuurlijk
mogelijk was.
Na een korte inleiding werden de deelnemers er
expliciet op gewezen dat het ging om een discussie onder alle aanwezigen, met
uitzondering van de onderzoekers. Als opening van de discussie werd telkens de
volgende vraag gesteld: "om te zorgen dat iedereen het allemaal over hetzelfde
onderwerp heeft, zou ik als eerste willen vragen: wat zijn mensenrechten
eigenlijk?"
Deze vraag bleek geschikt om binnen de groep
overeenstemming te krijgen over wat de term 'mensenrechten' (globaal) betekent.
Hoewel het voor de meeste deelnemers niet gemakkelijk bleek snel een eenduidige
definitie van mensenrechten te geven, werd bij alle groepen wel een
omschrijving gegeven van mensenrechten: een verzameling basisrechten die voor
iedereen (moeten) gelden.
In discussie over de betekenis van mensenrechten
werden door de deelnemers vaak voorbeelden van schendingen of rechten genoemd.
Bij schendingen werden vooral voorbeelden gegeven van het buitenland. China, de
Verenigde Staten, het Midden-Oosten en Afrika golden voor veel deelnemers als
landen of regio's waar mensenrechten geschonden worden. Rechten die vaak
genoemd werden waren vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst en het
recht op voedsel, onderwijs en onderdak.
Om te horen wat de deelnemers
van de verschillende mensenrechten vinden werd steeds een formulier uitgedeeld
met daarin de kernrechten van het UVRM. De deelnemers werd gevraagd om op een
schaal van 1 tot 10 de belangrijkheid van bepaalde rechten aan te geven.
Vervolgens werd steeds gevraagd of mensen iets wilden zeggen naar aanleiding
van ons verzoek. Het recht op leven bleek in de meeste groepen aanleiding voor
discussie. Het was voor veel deelnemers het belangrijkste recht ("zonder recht
op leven hebben alle andere rechten weinig zin"), over de interpretatie van het
recht bestond echter geen eenduidigheid. Verschillende deelnemers vonden dat
het recht op leven impliceerde dat men recht heeft zelf te beschikken over het
leven: euthanasie is volgens veel deelnemers niet in conflict met dit recht.
Verder bleek vrijheid van
meningsuiting steeds erg gewaardeerd. Echter, veel respondenten maakten daarbij
de opmerking dat dit niet betekent dat alles maar gezegd mag worden: Uitingen
moeten respectvol zijn ten opzichte van een ander. Hierbij werd verschillende
malen gerefereerd aan religieuze uitingen, de uitlatingen van van Gogh en Hirsi
Ali en de media.
Wanneer het gesprek kwam op de
vraag hoe men kan bijdragen aan bescherming van mensenrechten werden diverse
antwoorden gegeven. Net als in de landelijke enquête denkt men aan het steunen
van een NGO en geven veel deelnemers aan dat anderen met respect behandeld
moeten worden.. Wanneer men in kleine kring met goed met elkaar omgaat dan
"breidt het zich als een olievlek uit". Ook zien deelnemers de mogelijkheid te
klagen in geval van schendingen.
Veel van de deelnemers denken
dat de meeste mensen niet erg veel weten van mensenrechten. Men ziet er veel
van op tv maar dit draagt niet bij aan het kennisniveau: het gaat slechts om
het werven van sponsors door NGO's en schendingen in het journaal en
actualiteitenprogramma's. In verschillende groepen wordt gesteld dat vooral
scholen, media, NGOs en ouders een taak
hebben in het voorlichten over mensenrechten. Tegelijkertijd wordt ook erkend
dat men met toegang tot het internet geen excuus meer heeft om niet op de
hoogte te zijn. Probleem is echter dat men niet uit zichzelf op zoek gaat naar
informatie over mensenrechten. Daar kunnen volgens velen de media een rol
spelen: het onder de aandacht brengen van verschillende onderwerpen.
3.2 Betekenis van mensenrechten in de focusgroepen
Om de focusgroepen in te leiden hebben wij telkens gevraagd aan de
verschillende groepen wat volgens hen mensenrechten zijn. Een betekenis
verbinden aan het begrip mensenrechten blijkt voor velen een moeilijke opgave.
Vaak kunnen mensen niet gelijk een eenduidige formulering opstellen. Wat werd
er dan zoal genoemd bij de vraag naar betekenis.
Voor de militairen en de politie blijkt het de minst moeilijk opgave om een
duidelijke betekenis te geven aan het begrip mensenrechten. Naast de
verzameling basisrechten zoals deze door een aantal van hen genoemd werd, was
ook een juridische inslag te vinden in de definities.
Door de militairen werden verschillende rechten besproken, waarbij vaak
aandacht was voor de moeilijkheid om rechten te effectueren. Mensenrechten, zo
was de algemene tendens, impliceren ook plichten voor de mens. Zo had één van
de deelnemers aan het gesprek het over het natuurrecht: "Nu zijn mensen geen
dieren maar uiteindelijk, als je geboren wordt, zit je in dezelfde hulpeloze
situatie, toch? In andere woorden: we zijn afhankelijk van anderen. Als die
anderen niet voor ons zorgen dan gaan we de pijp uit, zo simpel ligt het
gewoon."
Oudere mensen, allochtone vrouwen en jonge kinderen van de basisschool
hadden duidelijk meer moeite met het geven van een definitie van de term
mensenrechten. Zo had één van de ouderen wel gehoord van het verdrag van Rome
maar wist ze niet precies wat het inhield: "Alle landen hebben dat ondertekend
maar wat is ervan terechtgekomen? De gewone mensen wisten niet eens wat het
inhield. Het ging over de mensenrechten, zeiden ze. Wat nu specifiek
mensenrechten zijn dat zijn we nog nooit te weten gekomen, dat weten we nu nog
niet."
Vaak werden dan ook geen definities gegeven maar omschrijvingen van
individuele rechten, schendingen en morele beginselen. Over het algemeen kwam
men in alle focusgroepen uiteindelijk
wel tot de conclusie dat mensenrechten de basisrechten van de samenleving zijn.
Zo noemden lokale politici uit Sneek het "het basisrecht, dat waar het allemaal
mee begint".
Uit de groep allochtone vrouwen uit de Bijlmer kwam ook een soortgelijke
omschrijving naar voren. Een van de vrouwen noemde het volwaardig en
respectvol. In groter verband refereerde zij aan "iedereen die op deze
wereldbol terecht is gekomen, het recht op basisbehoeften en een waardige
voorziening". De basisschoolleerlingen gaven geen omschrijving van wat
mensenrechten zijn, alhoewel ze het er wel over eens waren dat het rechten zijn
voor iedereen.
Verschillende mensen geven verschillende definities van het begrip mensenrechten,
alhoewel in de gegeven definities een vorm van 'basisrecht' toch wel duidelijk
naar voren komt. Uit de discussies in de focusgroepen bleek dat veel deelnemers
moeite hadden uit te leggen wat mensenrechten nu eigenlijk zijn. Gebrek aan
kennis van mensenrechten en de juridische mogelijkheden die de internationale
mensenrechtelijke afspraken bieden kan ertoe leiden dat men zijn eigen
mensenrechten niet effectief kan naleven. Met het oog hierop kan educatie een
belangrijke rol spelen.
3.3 Persoonlijke betekenis van mensenrechten
Wat duidelijk mag zijn is dat ieder mens een andere betekenis geeft aan het
begrip mensenrechten. Een ieder heeft verschillende associaties en geeft er een
persoonlijke draai aan. Dit is wat het focusgroep onderzoek zo uniek maakt: bij
elke groep, en zelfs binnen elke groep, kwamen verschillende persoonlijk
betekenissen naar boven, welke men verbindt met het begrip mensenrechten en de
schendingen hiervan.
Wanneer we bijvoorbeeld kijken naar de focusgroep van de islamitische
vrouwengroep Al Nisa valt op dat men mensenrechten vooral associeert met het
"rijke Westen". Menigeen van deze vrouwen heeft een deel van hun leven
doorgebracht in andere, minder ontwikkelde landen. Volgens hen zijn mensenrechten
in die landen voor de meeste een "ver van hun bed show". Bij schendingen
dachten zij vaak aan de onderdrukking van de allochtone mens in de westerse
samenleving.
Bij de allochtone vrouwen in de Bijlmer, kwam vooral het aspect van
discriminatie op het werk aan bod. Voor een paar van hen is dit een ergerlijke
en serieuze situatie, waarvan men in Nederland bewust moet worden gemaakt, via
media en educatie.
De lokale politiek bleek vooral mensenrechten te associëren met de
vluchtelingen en de asielzoekers. Zij vertelden dat vlakbij Sneek een groot
asielzoekerscentrum staat. Volgens de politici moet er in Nederland meer gedaan
worden aan "het verhelderen van andere culturen", wat belangrijk is om tolerant
en respectvol tegenover elkaar te zijn. De politici zijn daarentegen ook eens
over het feit dat er teveel informatie te verkrijgen is, waardoor men duidelijk
door de bomen het bos niet meer kan zien..
Met de kinderen op de basisschool hebben we het in het bijzonder over
kinderrechten gehad. Slechts een enkeling wist dat er rechten geformuleerd zijn
die in het bijzonder voor kinderen gelden. Er waren kinderen die meenden dat
het hebben van goede ouders, onderdak en voedsel iets is waar ze recht op
hebben. Onderwerpen die daarnaast naar voren kwamen waren terrorisme, het recht
op leven naar aanleiding van het euthanasievraagstuk in Amerika, het recht op
privacy, en pesten. De meningen waren verdeeld over de vraag wat men aan
schendingen van rechten kan doen. Aan de ene kant praten, maar aan de andere kant
moet je je ook niet bemoeien met andermans zaken. Al met al was de kennis van
deze kinderen over bepaalde situaties, zoals terrorisme en euthanasie
aanzienlijk.
Voor de middelbare scholieren blijkt dat de betekenis van mensenrechten
niet helemaal helder is: gelden mensenrechten nou alleen hier of overal? Als
iemand zegt dat ze in onze grondwet staan is er niemand onder de aanwezigen die
deze stelling afwijst. Discriminatie was volgens de middelbare scholieren de
meest voorkomende schending in Nederland,
de media waren hier ook debet aan . Opvallend is hoe de scholieren
dachten over voorlichting over mensenrechten: het moet de kinderen persoonlijk
aanspreken. Over een serie boeken van Carry Slee: "Het gaat vooral over
kinderrechten. Je hebt dan bijvoorbeeld 'Razend', dat gaat over een jongen, die
wordt mishandeld door zijn vader. En een meisje, ja, die wordt seksueel
misbruikt. Dan heb je wel zoiets, ja, dat blijft bij je hangen. Ik denk dat
mensen daar dan wel over gaan nadenken."
In het gesprek met de militairen werd onder andere gepraat over Guantanamo
Bay, een plek waar volgens de deelnemers oorlogsrecht en mensenrechten niet
gerespecteerd werden. Het naleven van mensenrechten in dit soort situaties werd
volgens sommigen bepaald door machtsverhoudingen: zo veel protest als er in
Nederland is tegen mensenrechtenschendingen in Turkije, zo stil is de politiek
over de VS. Schendingen vinden ook dichtbij plaats: één van de aanwezigen wijst
op de vroege uitgaven van Sjors en Sjimmie en Suske en Wiske. Hier werden
mensen met een donkere huidskleur steevast minder intelligent geportretteerd.
In retrospectief konden de aanwezigen er wel om lachen, maar men sprak wel van
een voortschrijdend inzicht dat ervoor gezorgd heeft dat dit niet meer gebeurt.
Één van de deelnemers aan het gesprek met ouderen in het verzorgingstehuis
gaf aan dat ze er moeite mee had dat in het verzorgingstehuis haar recht op
privacy niet altijd gerespecteerd werd. Personeel kwam zonder toestemming
binnen, iets wat volgens de huisvoorschriften alleen toegestaan in wanneer er
sprake is van een noodsituatie. Ze heeft haar klacht dan ook ingediend bij de
vertrouwenspersoon en haar gelijk gekregen. Een andere aanwezige gaf blijk van
waardering voor ons gesprek met ouderen omdat dit een volgens haar een groep is
die te weinig aan het woord komt.
De persoonlijke betekenis van mensenrechten en mensenrechtenschendingen
verschilt duidelijk van persoon tot persoon. Wil men naar een samenleving
waarin burgers weten hoe daadwerkelijk op te komen voor mensenrechten, dan is
meer kennis nodig van deze rechten: wat is de betekenis van mensenrechten,
wanneer wordt een recht geschonden, wat zijn de juridische implicaties en hoe
kan een mens zijn of haar recht halen?
Tot slot een dialoog tussen twee van de inwoners van het verzorgingstehuis
dat we voor het onderzoek bezocht hebben:
"Het is natuurlijk
een feit dat op een gegeven ogenblik de landen ertoe gekomen zijn, gezien de
historie en alle narigheden die we gehad hebben; kunnen we niet proberen om
samen tot een begrip komen van wat hebben wij als mensen nu samen als rechten
voor iedereen. Daar gaat het om."
"Maar dat is, lijkt
mij, de oorspronkelijke start, dat ze bij elkaar gekomen zijn en dat ze dat
geformuleerd hebben. En dat die formuleringen ook erkend zijn. Dus dat er
vroeger, lag dat vrij. Nu is het door wettelijke regelingen vastgelegd. De mens
heeft. dus dat is een vooruitgang. Maar de vooruitgang is blijven steken
doordat, net zoals we hier allemaal zeggen, niet weten wat er uiteindelijk
onder verstaan was. En dat we onze eigen mening en ons eigen belang en ons
eigen landje, hè? .Dat is ons vizier, we moeten werelddenkers worden."
Één van de groepen waarmee een focusgroepgesprek is
georganiseerd bestond uit politieagenten. Net zoals iedere burger worden
agenten dagelijks met mensenrechten geconfronteerd, de rechten die in de UVRM
behandeld worden maken immers deel uit van ieders bestaan. Politieagenten
hebben daarnaast op een professioneel vlak te maken met mensenrechten: het is
de taak van de politie om toe te zien op naleving van de wet, die als het goed
is nooit in tegenspraak met de UVRM zal zijn.
In het gesprek met de agenten werd zowel de persoonlijke
als de professionele visie op mensenrechten besproken. De agenten bleken zich
bewust van de bijzondere positie die zij hebben in relatie met mensenrechten:
" De politie is
wettelijk bevoegd om bepaalde rechten te schenden. Wij hebben het
geweldsmonopolie in de samenleving."
"Ik vind schenden
een te groot woord: we maken er soms inbreuk op."
"Dat is een grote
verantwoordelijkheid voor ons, de politie."
"Daar zit wel een
tegenstrijdigheid. Wij doen een inbreuk op mensenrechten maar dan wel voor het
behoud van iemand anders' rechten of die van de omgeving."
De deelnemers aan het gesprek zijn zich wel bewust van de
beperkingen van de wet met betrekking tot het naleven van mensenrechten, zo
merk één van de aanwezigen op: "Nou ja, in Nazi-Duitsland vond de
jodenvervolging plaats bij wet." Nieuwe wetgeving in Nederland was ook
onderwerp van gesprek. Zo wordt er gesproken over de toenemende controle van
burgers door de staat:
"Als je tien jaar
geleden had gepleit voor cameratoezicht had iedereen nee geroepen."
"Tien jaar geleden
had je ook echt niet met de identificatieplicht hoeven aankomen"
"Het is allemaal wel
om andere rechten te beschermen. Die rechten vinden we met z'n allen
belangrijker."
.
"Het ligt ook aan de
complexiteit van de samenleving. In een democratie ga je uit van het redelijk
verstand van de burger. Als je dan te maken krijgt met terrorisme dan moet de
individuele burger iets inleveren om je daar tegen te beschermen."
"Het kost ook steeds
meer. Vroeger kon je op Schiphol direct het vliegtuig binnenstappen. Nu heb je
veel meer controle maar je accepteert het allemaal wel.
"Nu accepteer je
het, omdat de omstandigheden zo zijn."
"Maar wanneer houdt
het op, na de terreurdreiging.?"
De deelnemers hebben duidelijk begrip voor de nieuwe
wetgeving, hoewel er ook twijfels zijn over de effectiviteit. Er is ook reden
tot zorg: wanneer stopt de beperking van de rechten?
"Dat is een valkuil voor ons hier in Nederland, denk ik. Wij kijken teveel
naar het buitenland. Als we dat dan zien dan lijkt het hier allemaal wel mee te
vallen en dan denken we dat we hier wel wat van die rechten kunnen inleveren."
. "Als je kijkt naar terreurwetgeving, als je dan over twintig jaar kijkt wat
je allemaal hebt ingeleverd. Het is heel belangrijk om daar naar te kijken en
je af te vragen of dat nou goede resultaten heeft opgeleverd."
Er is één recht uit de UVRM
waar de politie in haar dagelijks werk vanzelfsprekend mee te maken heeft: het
recht op een eerlijk proces. Er werd ook over gesproken hoe de politie daar mee
omgaat. In Nederland is het politieapparaat zodanig ingericht dat dit recht
gerespecteerd wordt, aldus de agenten. Het politieapparaat is wat de aanwezigen
betreft transparant en er wordt proces verbaal opgemaakt waardoor gecontroleerd
kan worden of de procedure wel correct gevolgd wordt. Bovendien kun je in
Nederland ten alle tijden in beroep gaan tegen het vonnis.
Toch is er ook een probleem:
volgens sommige agenten kan de privacy van getuigen in Nederland in het gedrang
komen. Burgers zouden daardoor in sommige gevallen uit angst geen aangifte meer
durven doen of als getuige deelnemen aan een proces: "Melden durft men niet
meer door de excessen op tv; Je geeft aan dat je buurman op een gestolen
scooter rijdt en je huis gaat in de fik." Er zijn argumenten om de wetgeving
aan te passen, aldus sommige van de respondenten: " De maatschappij is in
beweging. Er is in het verleden gekozen de verdachte te beschermen tegen de
staat. Misschien moet je de getuigenbescherming iets gaan aanpassen, met de
tijd meegaan."
Als één ding duidelijk werd uit het gesprek met de
politie is dat het moeilijk is een balans te vinden tussen de verschillende rechten. Ook in andere
focusgroepgesprekken kwam dit probleem aan het licht. Weinig rechten blijken
absoluut, hoe belangrijk iemand het ook vindt. Zoals één van de agenten zei: "Hoe
meer rechten er in het spel zijn hoe eerder er een spanningsveld is. Je moet
er een balans in zien te vinden."
4. Samenvatting
In samenwerking met de leerstoel Internationale
Communicatie (Universiteit van Amsterdam) heeft de Liga voor de Rechten van de
Mens een landelijk onderzoek uitgevoerd naar wat de Nederlander van
mensenrechten weet en vindt. Uit dit onderzoek blijkt dat de Nederlander weinig
kennis heeft van mensenrechten. Bovendien weet een grote groep niet hoe bij te
dragen aan het beschermen van mensenrechten.
Uitgangspunt onderzoek: mensenrechten in de
multiculturele samenleving
In Nederland
vinden verschillende discussies plaats over normen en waarden en over de
inrichting van de multiculturele samenleving. Wat de Liga voor de Rechten van
de Mens betreft zouden de internationale mensenrechten daarin een belangrijke
rol kunnen en moeten spelen. Nederland heeft immers veel
mensenrechtenverdragen ondertekend en geratificeerd. Deze verdragen werken door
in de juridische cultuur van Nederland, wat betekent dat ze boven de
Nederlandse grondwet staan. Het uitgangspunt van dit onderzoek is dat een
effectieve naleving en bescherming van mensenrechten begint bij kennis over
mensenrechten. De vraag was daarom hoeveel kennis de Nederlandse bevolking
heeft over mensenrechten.
Daarom heeft
de Liga voor de Rechten van de Mens, in samenwerking met de leerstoel
Internationale Communicatie (Universiteit van Amsterdam) en met steun van NCDO
onderzoek uitgevoerd naar de kennis van Nederlanders over mensenrechten. Het
bureau BTI interviewde in de tweede helft van juni
Begrip 'mensenrechten' bij iedereen bekend
Bijna iedereen heeft wel eens gehoord van het begrip 'mensenrechten' (98
procent). Het merendeel (90 procent) weet of vindt dat deze mensenrechten voor
iedereen gelden. Uit het onderzoek blijkt verder dat een ruime meerderheid (65
procent) van de Nederlanders wel eens heeft gehoord van de Universele
Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM).
Schendingen
van mensenrechten
Op de vraag "Waar denkt u aan bij schendingen van mensenrechten?" blijkt
een grote groep (44 procent) schendingen van mensenrechten te associëren met
'geweld' (26 procent) of met 'buitenland, oorlog en politieke situaties' (18
procent).
Omdat uit eerder onderzoek al was gebleken dat men bij
schendingen van mensenrechten vooral denkt aan het buitenland is ook gevraagd
naar schendingen in Nederland. Het meest opvallende resultaat is dat 10% van de
respondenten denkt dat in Nederland geen schendingen van mensenrechten
voorkomen en dat 30 procent geen schendingen in Nederland weet te noemen.
Geweld (13.5%) en discriminatie (16%) worden het meest genoemd als schendingen
in Nederland.
Wat zou u doen
tegen schendingen van mensenrechten?
De respondenten is ook gevraagd wat zij zelf zouden kunnen doen aan
de bescherming van de mensenrechten. Allereerst valt op dat maarliefst 27% niet
weet hoe men iets kan doen tegen mensenrechten of gelooft dat men niets kan doen tegen
schendingen Bijna een derde van de respondenten (30 procent) denkt als eerste
aan het steunen van een NGO om schending van mensenrechten tegen te gaan.
Medemenselijkheid ten opzichte van anderen is volgens 14% een goede manier om
mensenrechten te respecteren.
Inhoudelijke kennis
van UVRM laag
Minder dan een kwart van de respondenten (21 procent) weet dat de UVRM is
opgesteld door de Verenigde Naties. Slechts 4% van de mensen wist dat dit in
1948 heeft plaatsgevonden. Bij de vraag "Als u denkt aan mensenrechten, wat
komt er dan als eerste bij u op?" denkt aan een 24% in eerste instantie aan een
NGO (24 procent). In mindere mate wordt 'een bepaald recht' (13 procent) of een
schending hiervan (11 procent) genoemd. Slechts een kleine groep geeft een
omschrijving van mensenrechten (10 procent). Ruim tweederde (69 procent) denkt
bij 'een organisatie of instelling die zich bezighoudt met mensenrechten' in
eerste instantie aan Amnesty International. Slechts 5 procent denkt aan de Verenigde
Naties.