|
Poging tot strafvervolging van de ministers Donner en Verdonk
Het Advocatenkantoor Steijnen, Olof & Stelling te Zeist heeft namens een dertig-tal personen op 5 december 2005 aan het OM verzocht vervolging in te stellen tegen de ministers Donner en Verdonk "wegens het onderwerpen van de slachtoffers van de brand op Schiphol-Oost aan een zodanige onmenselijke bejegening, resulterend in dood door schuld en medeplichtigheid aan zwaar lichamelijk letsel, dat gekwalificeerd moet worden als een wrede en onmenselijke of onterende behandeling in de zin van artikel 16 van het Anti-Folterverdrag (AFV) en in de zin van artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR)."
Bij brief van 17 maart 2006 heeft de fungerend Hoofdfofficier van Justitie beargumenteerd dat in deze van een strafrechtelijk onderzoek door of in opdracht van de officier van justitie geen sprake kan zijn. De argumentatie in die brief luidt als volgt: “De grondwet bepaalt in artikel 119 dat ministers en staatssecretarissen wegens ambtsmisdrijven in die betrekkingen gepleegd, terecht staan voor de Hoge Raad. De opdracht tot vervolging wordt gegeven bij Koninklijk Besluit of bij een besluit van de Tweede Kamer. Dood door schuld (artikel 307 van het Wetboek van Strafrecht) en medeplichtigheid aan zwaar lichamelijk letsel (artikel 48 jo 300 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht) zijn niet specifieke ambtsmisdrijven, maar kunnen dat ingevolge artikel 44 van het Wetboek van Strafrecht onder omstandighedenwel zijn."
Genoemd advocatenkantoor is in beroep gegaan tegen de weigering van het OM. In het kader van dit beroep heeft mr. N.M.P.Steijen in zijn brief van 18 juni 2006 aan de Liga verzocht hem te machtigen om (mede) de Liga te vertegenwoordigen voor het Gerechtshof in Den Haag, alsmede in de procedure voor het Anti-Folter Comité, indien vervolging op bevel van het hof zal uitblijven. Voorts heeft de heer Steijnen aan de Liga gevraagd hem te machtigen (mede) de Liga in deze zaak te vertegenwoordigen in een eventuele procedure voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, en in welke andere procedure onder het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens dan ook met betrekking tot een eventueel in te dienen klacht op voet van artikel 34 van het Europees Verdrag tegen de Staat der Nederlanden.
Het bestuur van de Liga heeft, de Raad van Advies gehoord, eind juni 2006 de bedoelde machtiging verstrekt.
De volledige tekst van de ruim 70 pagina's omvattende strafklacht is te vinden op www.x-y.org/aanklacht
top page

|